Opluchting, verlichting en bevrijding

Opluchting, verlichting en bevrijding.

Lieve schat, je bent al zo lang aan het worstelen met jezelf. Je weet niet wat je doen moet, je weet niet waar je goed aan doet. Je bent soms zo doodmoe dat je het ene been niet meer voor het andere krijgt. Er is geen rust en stilte meer in jezelf. Dat spontane dat je als kind had, waarbij je ’s ochtends wakker werd en je kinderlijk verheugd was over wat je die dag weer zou gaan doen, ben je al lang kwijt. Met je kind-zijn heb je ook je vrijheid en je vreugde achter je gelaten. Het volwassenleven kent z’n verplichtingen en dat drukt op je; het is een last die je met je meesleept.

Het leven slokt je op en daardoor kom je niet meer aan jezelf toe. Je draaft maar door en denkt dat je alles voor elkaar moet hebben, dat alles geweldig moet zijn. Dat je huis opgeruimd moet zijn, dat je elke dag gezond en biologisch moet koken, dat je tuin er netjes bij moet liggen, dat de was gedaan is en het strijkgoed aan de kant is. Er is zoveel wat je moet doen.

En dan heb je nog je vriendengroep en je sociale verplichtingen. Die contacten moet en wil je onderhouden, anders wordt je ook zo’n huismus die elke avond uitgezakt voor de televisie hangt en van de ene naar de andere zender zapt. En om daar tijd voor te vinden, om de ruimte te creëren dat je kunt ontspannen met je vrienden, met je kennissen en met je familie. Je familie kan soms ook een verplichting zijn. Want je moet je gezicht regelmatig laten zien toch. Zo hoort het toch.

En dan wil je ook nog presteren op je werk; je wilt je werk goed doen, perfect doen zelfs, maar het is nooit af, het is nooit eens een keer klaar. Want nadat je iets afgerond hebt, volgt er wel weer iets nieuws, waar jij je tanden in mag zetten. En dan heb je daarbij ook nog het gevoel dat je het allemaal niet goed genoeg doet, dat het anders en beter had gekund. Steeds maar die twijfel aan jezelf, terwijl je collega’s zien dat je het geweldig doet, maar het komt niet bij je binnen. Je ervaart niet dat je het goed doet, dat je het geweldig doet zelfs. Je draaft maar door want je moet. En op een gegeven moment voelt het werk aan als een sleur. Het wordt saai en het weet je niet meer enthousiast te maken. Het daagt je niet meer uit, het is niet meer verrassend, je wordt er niet meer blij van. Je vraagt je af: ‘Waarom doe ik dit werk nog’. Maar je gaat door, want je moet.

Het zijn de ogen buiten jou, die maken dat je maar doorgaat. Je wilt het goed doen, zodat je ouders trots op je kunnen zijn. Dat je eindelijk eens die goedkeuring krijgt, waar je al zo lang op zit te wachten, maar die steeds maar niet komt.

Dit is ook mijn verhaal. En dan die moeheid. Soms was ik gewoon zo moe, zo ontzettend moe. Ik sliep alsof ik bewusteloos was, zo diep was mijn slaap en toch kwam ik de volgende ochtend niet uitgerust en fris mijn bed uit. Alleen al op een zaterdagochtend door de Grotestraat in Almelo lopen en dan na een half uur al doodop zijn. Zo doodop, dat ik alleen nog maar wilde zitten. Ik sleepte mij voort. Ik wist niet waardoor dit kwam, snapte mezelf niet.

En dan komt onvermijdelijk de man met de hamer. Het is mij ook overkomen. Ik had een geweldige baan, een mooi huis, vrouw en kinderen. Ik had alles zogezegd goed voor elkaar. We gingen drie, vier keer per jaar op vakantie. En toen, direct na een vakantie in Italië, toen ging het niet meer. Het was oktober, de zon scheen en de temperatuur was aangenaam. Zo iets als een ‘Indian Summer’ en ik stond buiten herfstbladeren weg te harken. En van het ene op het andere moment kon ik de hark met bladeren niet meer naar me toe trekken. Ik was compleet leeg. Ik dacht nog, wat is er toch met mij ……….. Toen ben ik naar binnen gegaan en ben op de bank gaan liggen. Ik voelde me compleet leeg. Ik wist dat het niet meer ging.

Vanaf dat moment heeft mijn leven een andere richting genomen. Ik ben gaan luisteren naar de stem binnen in mij, ik ben gaan luisteren naar mijn gevoel, wat zo eenvoudig nog niet was. Maar toen ik eenmaal gemeld had dat ik ziek was en voorlopig niet meer op mijn werk zou verschijnen voelde ik me opgelucht. Het was alsof er ruimte ontstond rondom mij heen. Er was niets meer wat moest. Ik had de tijd voor mezelf. En naarmate de tijd verstreek had ik nog maar één verlangen: ik wilde rust, niet meer lastig gevallen worden met allerlei problemen, waar ik mij dan weer verantwoordelijk voor voelde. Mijn verlangen was rust. Ik stelde me voor dat ik monnik was in een klooster en slechts één taak had, namelijk het bijhouden van de tuin, het snoeien van de fruitbomen. Dat leek me geweldig, RUST!!!

In overleg met mijn leidinggevende, Richard, heb ik de basisschool waar ik directeur van was de rug toe gekeerd. In het finale gesprek vroeg hij mij wat ik dan wel wilde gaan doen. Ik antwoorde hem dat ik dat nog niet wist. Wat ik wel wist, was dat ik, als ik terug zou gaan naar school, ik over twee jaar weer met Richard aan tafel zou zitten en dat het dan weer niet goed met mij zou gaan. En dat ik toen die beslissing heb genomen, was zo’n opluchting, zo’n verlichting en zo’n bevrijding Dat moment was bepalend voor mijn verdere leven. Aan de ene kant was het een gok, een grote gok. Ik wist niet wat er zou gaan komen, ik had alleen maar mijn gevoel waar ik naar kon luisteren.

Later kwam ik een uitspraak tegen van de Deense filosoof Sören Kierkegaard: ‘Wie iets waagt verliest voor een moment zijn evenwicht. Wie nooit iets waagt verliest zijn leven.’ En uit eigen ervaring kan ik er aan toe voegen: ‘Wie zijn hart volgt, ontvangt het mooiste wat het leven te bieden heeft’.

Plaats een reactie