Het verlies van mijn paradijs

Het gekwetste kind als collectief trauma

Een nare buikpijn laat zich voelen diep onder in mijn buik …………. met mijn aandacht ga ik er naar toe ………… laat het er zijn. Tranen vullen mijn ogen ………. ik zak in mijn adem ………. ik voel ………… en plotseling is er een gedachte: ‘Ik kan geen kant op’. Deze gedachte ken ik wel, maar waar komt ze vandaan ………. Ik spreek ‘m uit, proef ‘m op mijn tong: ‘Ik kan geen kant op’. En dan ………..

Er komt een beeld in mij op, van een klein jongetje, een peuter nog, die zittend aan de keukentafel, zijn pap niet op wil eten. Het jongetje neemt af en toe een klein hapje als zijn vader hem aanspoort door te eten, maar het jongetje blijft maar praten, vragen stellen………….. Dat jongetje dat ben ik. Ik ben twee jaar en vier maand. Niet in een kinderstoel, maar gewoon aan de keukentafel. ‘Als je nou je pap niet opeet Herman, dan …..” Mijn vader dreigt en raakt gefrustreerd. Hij verheft zijn stem. Mijn gedrag is niet het gedrag wat mijn vader wil zien. Mijn vader wil een gehoorzaam, net opgevoed jongetje, dat keurig doet wat de vader zegt. Maar dat ben ik niet als kind. Ik ben in de woorden van mijn moeder een ‘onhandelbaar’ kind. Ik doe vooral wat ik zelf wil, waar ik zelf zin in heb en die pap ……. die lust ik niet. De frustratie van mijn vader loopt op naar het kookpunt. Zijn lichaam is strak en gespannen, machteloos voelt hij zich. Zijn ogen kijken mij woedend aan. Dan staat hij plots op, pakt mij stevig bij de bovenarmen en tilt mij van mijn stoel. Met één hand opent mijn vader de keukenkast, met de andere hand duwt hij mij in het onderste vak. ‘Wie niet horen wil ……….’ Dan gaat de deur van de keukenkast dicht. Het is donker. Krrrrttts, de sleutel wordt omgedraaid. “Papa, ik wil er uit, papa, laat me er uit………” Maar mijn vader reageert niet. Ik hoor hoe mijn vader en moeder met elkaar praten over wat ze vandaag gaan doen. Ik hoor hoe het ontbijt wordt opgeruimd, hoe ze met elkaar praten. Mijn vader zegt: “Laat hem maar even zitten, dit zal hem leren!” Dan valt de keukendeur in het slot,  en wordt het stil, …… helemaal stil. Iedereen is weg. Ik ben alleen. Ik krijg een heel onaangenaam gevoel in mijn buik. Het is donker, ik zie niets. Wat is hier nog meer………, al mijn zintuigen staan op scherp. Zit hier misschien een monster …… een rilling gaat over mijn rug. Ik probeer in het duister te zien, maar ….. ik zie niks. Ik druk tegen de deur, maar deze gaat niet open, zit op slot. En dan weet ik dat ik er niet uit zal komen, dat mij dat niet zal lukken en ik begin zachtjes in mezelf te huilen.

Op dit moment in mijn leven ben ik ‘Mijn paradijs’ kwijtgeraakt. Het gevoel altijd veilig te zijn, een vader te hebben die voor mij zorgt en mij helpt, want zo zag ik hem tot op dat moment. Ik was onbezorgd en onbevangen, leefde met de kalfjes en de biggetjes, de vogels, de vlinders, verwonderde mij over de bloeiende dahlia’s die mijn moeder in de tuin had staan. Ik leefde met de kippen die met elkaar kakelden in het kippenhok en het grote paard dat met zijn hoefijzer over de keien schraapte. De wereld, mijn wereld, was een paradijs tot op dat moment. Op dat moment heb ik een belangrijke les geleerd: ‘Ik moet doen wat mij gezegd wordt, want anders krijg ik een vreselijke straf.’ Dit angstige moment in de keukenkast, waarin er niemand is die mij komt helpen, voel ik mij totaal overweldigd. Dit is de straf die volgt als ik niet doe wat de ander wil. Hier op dit ene moment in de geschiedenis van mijn leven raakte ik de regie over mijn leven kwijt. En deze ben ik jarenlang, een leven lang bijna, kwijt geweest. Weg waren ze: zelfvertrouwen, eigenwaarde, het gevoel geliefd te zijn. De liefde was niet onvoorwaardelijk. Die liefde, die was er alleen maar voor mij als ik een gehoorzaam jongetje was.

We hebben allemaal wel zo’n moment in ons leven dat we met harde hand terecht komen in de volwassen wereld, dat ons paradijs uit elkaar spat. Het moment, die heftige gebeurtenis, dat ons gezegd wordt wat we te doen hebben en dat onze eigen verlangens en behoeften er niet toe doen. Dat is het moment dat we onszelf kwijt raken en daarmee ook het gevoel dat het leven goed is, dat de wereld goed is. Dat is ook het moment dat we het kind in onszelf kwijt raken, omdat we dan de ervaring opdoen, dat het er niet mag zijn. We ruilen de onbevangenheid, de vreugde en de speelsheid in voor angst, onzekerheid en achterdocht. En het kan een hele toer zijn om dan het kind in onszelf weer terug te vinden.

Onzekerheid, gebrek aan zelfvertrouwen, gebrek aan eigenwaarde, depressiviteit. Het is als een epidemie die voortwoekert in de jongere generaties. Aan de buitenkant houden veel jongeren de schijn op van ‘Ik heb het in de hand en ik kan het wel’, maar onderhuids is het als een veenbrand die voortwoekert en hen ondermijnt.

Velen van ons dragen een gekwetst kind met zich mee. Een kind dat beschadigd is geraakt, doordat het door de opvoeding van de vader en/of de moeder niet de veiligheid, de onvoorwaardelijke liefde en de ruimte kreeg om de wereld te exploreren en eigen ervaringen op te doen. Om de eigen veiligheid, het eigen vertrouwen en de eigen liefde op te bouwen, moet je die eerst van je vader en moeder krijgen. Alleen dan kun je je als kind ontwikkelen tot een gezond, gelukkig en autonoom mens. Alleen dan ben je in staat die keuzes te maken die vervullend zijn, die goed zijn voor jezelf, keuzes die jou gelukkig maken.

Velen van ons hebben als kind echter niet gekregen wat we werkelijk nodig hebben, namelijk die onvoorwaardelijke liefde die ons groeien laat. Het schuchtere, bange en niet erkende kind ziet diep binnen in ons en houdt zich verstopt, bang voor nog meer pijn, nog meer afwijzing. We leven vanuit een valse identiteit, omdat we ons niet kunnen verbinden met onze wortels, met ons innerlijk kind. We denken dat het er niet is, dat gekwetste kind, maar ondertussen worstelen velen van ons met het leven en is elke dag een opgave. De enige weg naar heling is op zoek gaan naar het beschadigde innerlijke kind en het te koesteren en te troosten. Dan kan er werkelijke heling plaatsvinden en kun jij je weer verbinden met je diepste zelf. Dat is wat ik ook jou gun.

Een luistertip:

Peter Sarsted met ‘Where do you go to my lovely’

Plaats een reactie